1 januari 2010.
Ik zit op de bank. Er wordt gebeld.
‘Katja! Wat een verrassing, kom binnen!’
‘Dank je, ik loop heel de dag al door de sneeuw te ploeteren.’
‘Arme meid. Wil je wat drinken, koffie, thee, iets warms?’
‘Koffie lijkt me lekker.’
‘Ik heb alleen oploskoffie, vind je dat erg?’
‘Nee joh, als het maar warm is.’
Ik maakt koffie, enigszins zenuwachtig. Katja Schuurman bij mij op de bank!
Ik probeer mijn stem luchtig te laten klinken: ‘Wat kom je eigenlijk doen?’
‘Tjonge, dat zou je toch moeten weten. Heb je de reclames niet gezien: “Bel ik straks bij jou aan met 30 miljoen?” Nou, bij deze.’
Nu valt het me op dat ze inderdaad een koffertje bij zich heeft waar aan alle kanten bankbiljetten uitsteken. ‘Dus dat is hem?’ vraag ik. Katja knikt en neemt kleine slokjes van haar koffie. Ik rommel in mijn kerstpakket en vis er een doos koekjes uit.
‘Nee, dank je, ik moet aan de lijn denken. Dat krijg je als BN’er.’ Ze rolt met haar ogen en vouwt haar benen onder zich op de bank. Ik maak aanstalten om op de bank te gaan zitten, maar bedenk me. Wie gaat er nu naast Katja Schuurman op de bank zitten? Ik laat me zakken op de stoel tegenover haar. Er valt een stilte. Wat zeg je tegen zo iemand? Ik heb je pas nog in de Playboy gezien? Niet heel geschikt, want ik kijk nooit in de Playboy en het lijkt me ook niet een heel dankbaar gespreksonderwerp. Jammer dat je programma is geflopt? Leuk dat je weer zwanger bent na je miskraam die in RTL Boulevard werd gemeld eerder dit jaar? Lijkt me ook niks, met degene waar het over gaat in levenden lijve voor je.
‘Leuk huisje.’ Ze kijkt rond en probeert gedraaid op de bank de ruggen van de boeken in de kast achter haar te lezen. Ik wil ‘dank je’ zeggen, maar ze gaat al weer verder. ‘Hé, Life of Pi, die heb ik ook gelezen. Wat vond je ervan?’
‘Eh, leuk boek. Interessant en verrassend einde ook,’ stotter ik, ‘Maar hoor jij hier niet met veel bombarie te zijn? Cameraploeg en zo, een groot bord dat De Postcode Kanjer Is Gevallen, bloemen?’
‘Eigenlijk wel, maar heel de cameraploeg staat vast bij Lemmer. Die moesten uit Hilversum komen, ik kom zelf uit Assen.’
‘Gelukkig maar, ik hou niet zo van al die aandacht.’
Ze glimlacht. ‘Tja, vertel mij wat, ik ben blij dat ik in ieder geval vandaag die koffer af kan leveren zonder steeds te moeten lachen en stralen en enthousiast te doen.’
Ik roer wat in mijn koffie, plotseling geboeid door de minidraaikolk die erin ontstaat.
‘Weet je al wat je er mee gaat doen?’
Ik schrik op uit mijn gedachten en kijk haar vragend aan. Ze wijst op de koffer.
‘Nee, nee, totaal niet. Misschien wat aan een goed doel geven of zo. Op de bank zetten’, schokschouder ik, ‘Ik weet het niet.’
‘Niet je baan opzeggen en een vakantievilla op Tenerife kopen?’
‘Neuh, dat lijkt me verschrikkelijk. Ik ben eerlijk gezegd een beetje bang voor al dat geld.’
Weer die glimlach. ‘Mooi, dan weet ik dat het dit keer in ieder geval goed terecht is gekomen.’
Ze gooit de laatste slok koffie naar binnen en zet het glas op tafel. Ik voel me nog ongemakkelijker door dit onverwachte compliment.
‘Nou, dan ga ik maar weer. Bedankt voor de koffie.’
‘Eh ja, leuk dat je geweest bent. Groeten aan Thijs… En bedankt voor eh… nou ja, het geld, zeg maar.’
‘Ach ja joh, dat is toch niet van mij, ik doe ook maar mijn werk.’
‘Dat is ook zo. Tja, succes met de sneeuw dan.’
‘Dank je. Doei.’
‘Doei.’
Ik doe de deur achter haar dicht en loop de huiskamer binnen. Het koffertje staat wat verloren naast de bank. Ik kijk er naar, peinzend. Ik trek eens aan een biljet dat uitsteekt. Het is een briefje van 500 euro. In gedachten staar ik een poosje naar de cijfers. Dan steek ik het in mijn achterzak en loop de deur uit om boodschappen te gaan doen.